Koning Willem-Alexander, koningin Máxima en premier Rob Jetten waren gisteravond in het Witte Huis. Daar schoven ze aan voor een besloten diner met president Trump. Volgens de minister-president was het een ‘open en constructief’ gesprek.
Volgens het kabinet was het bezoek aan de Amerikaanse president, de kans om met elkaar in gesprek te gaan. Jetten wilde onder meer praten over de oorlog in het Midden-Oosten en de situatie in Oekraïne.
Jetten begrijpt dat niet iedereen in ons land zich prettig voelt bij dit gesprek. ‘‘En ik begrijp heel goed het ongemak dat bij veel Nederlanders leeft over dit bezoek en alles wat er speelt.”
Hij vervolgd: ”Maar als je wegblijft, dan kun je deze onderwerpen niet met elkaar wisselen. Dus in die zin hebben we denk ik gewoon gedaan waarvoor we hier zijn gekomen.”
Meewerken
Het Witte Huis gaf eerder aan dat het bezoek privé was. Toch werden er volgens verslaggever Erik Mouthaan ook politieke onderwerpen besproken.
Jetten maakte daarbij duidelijk hoe Nederland tegen bepaalde situaties aankijkt.
Zo gaf hij aan dat Nederland wil meewerken aan de situatie rond de Straat van Hormuz, maar pas als de bombardementen zijn gestopt.
Over het gesprek zelf zegt Jetten: ”te kort om elkaar te overtuigen, maar wel lang genoeg om wat beter begrip te krijgen van elkaars positie.”
Koning Willem-Alexander hield eerder op de avond een toespraak bij een netwerkreceptie in Washington.
Tijdens zijn speech benadrukte de koning dat de vrijheden die we het belangrijkst vinden, gebaat zijn bij ‘stabiliteit en bij samenwerking met sterke, democratische en betrouwbare partners’.
Ons land is volgens de koning zo’n sterke en betrouwbare partner. In een onvoorspelbare wereld waar het draait om macht en invloed is Nederland, volgens hem, goud waard.

