Christien is een alleenstaande moeder van twee tieners. Ze werkt fulltime als huishoudelijke medewerkster en doet dit werk al vier jaar met veel plezier. Elke week heeft ze van maandag tot en met vrijdag twee adressen per dag.
“Het is zo gezellig bij de mensen thuis en ze zijn je zo dankbaar als hun huisje weer schoon is,” zegt ze altijd als ze over haar werk praat.
Al twee jaar heeft Christien dezelfde cliënten, maar anderhalve maand geleden kwam er een nieuw adres bij: een alleenstaande dame van eind tachtig, die in een aanleunwoning van een verzorgingshuis woont.
Christien vond het fijn om ook voor deze mevrouw te zorgen. Ze hielp haar met het schoonmaken van het huis en zorgde ervoor dat het netjes was, maar twee weken geleden gebeurde er iets vervelends.
Christien werd op kantoor uitgenodigd voor een gesprek met haar manager. “Christien, zou je langs willen komen voor een gesprek?” vroeg haar manager.
Tijdens het gesprek kreeg ze te horen dat haar nieuwe cliënte had gebeld. “Mevrouw heeft gebeld en zei dat ze een doosje met een armband kwijt is nadat jij klaar was met schoonmaken en vertrok,” vertelde de manager.
Christien wist niet wat ze hoorde. “Wat? Heeft zij mij echt beschuldigd?” dacht ze. Ze voelde zich gekwetst en verbaasd.
“Ik heb geen idee waar dat doosje of die armband is,” zei Christien tegen haar manager. “Weet je zeker dat je niet per ongeluk iets hebt weggegooid of iets anders gedaan?” vroeg de manager, en dat raakte Christien diep.
Voor haar voelde het als een belediging. Ze was altijd een betrouwbare medewerker geweest en had nooit iets gedaan dat haar klanten zou kunnen kwetsen.
Met een enorm vervelend gevoel ging Christien naar huis. De volgende dag kreeg ze te horen dat ze niet meer welkom was bij de dame.
“Ze vertrouwt me kennelijk niet,” dacht Christien. Dit was echt moeilijk voor haar, vooral omdat ze altijd haar best deed en het werk met passie deed.
Gisteren kreeg ze echter een onverwachte belletje van haar manager. “Christien, mevrouw heeft weer gebeld.”
”Het blijkt dat de armband helemaal niet verdwenen was. Ze was vergeten dat ze deze in de keukenlade had gelegd,” vertelde de manager.
Christien was opgelucht, maar ze voelde ook gemengde gevoelens. “Dat is fijn om te horen,” zei ze, maar ze voelde zich ook gekwetst door de beschuldiging.
Tot haar verbazing vroeg haar manager of ze volgende week weer naar diezelfde mevrouw wilde gaan. “Ik heb gezegd dat ik dat niet zie zitten. Mevrouw vertrouwt mij kennelijk niet, dus om daar nog te gaan werken voelt niet goed,” vertelde Christien.
Het was voor haar duidelijk dat het vertrouwen tussen haar en de cliënte niet meer hetzelfde zou zijn, en dat maakte het moeilijk om haar werk daar voort te zetten.
Christien besloot dat haar eigen gevoel belangrijker was dan het werk. Ze wilde zich niet ongemakkelijk voelen op haar werkplek, zeker niet als het vertrouwen er niet meer was.
Het was een moeilijke keuze, maar ze voelde dat het beter was om haar werk op een andere plek voort te zetten, waar ze zich gewaardeerd voelde.
Christien is een alleenstaande moeder van twee tieners. Ze werkt fulltime als huishoudelijke medewerkster en doet dit werk al vier…