De Britse actrice Jane Lapotaire is op 81-jarige leeftijd overleden. Dat heeft de Royal Shakespeare Company bevestigd. Lapotaire was bekend van haar rollen in onder meer The Crown en Downton Abbey. Op sociale media stromen de reacties binnen.
Lapotaire had een carrière die meer dan zestig jaar omspande. Ze stond zowel op het toneel als voor de camera.
In de jaren zeventig brak ze door bij een groot publiek. Ze won onder meer een Tony Award voor haar werk in het theater.
Een woordvoerder van de Royal Shakespeare Company reageerde op haar overlijden: “Met verdriet vernemen we het overlijden van Jane Lapotaire.”
”Ze was een werkelijk briljante actrice en haar rollen bij de RSC omvatten onder meer Piaf, waarvoor ze een Tony Award en een Olivier Award won, en Gertrude tegenover Kenneth Branagh in Adrian Nobles Hamlet.”
Doorbraak en grote rollen
Lapotaire begon haar loopbaan in het theater. In 1965 speelde ze Ruby Birtle in When We Are Married bij het Bristol Old Vic.
In 1970 was ze medeoprichter van het Young Vic Theatre. Vier jaar later sloot ze zich aan bij de Royal Shakespeare Company.
Internationale bekendheid kreeg ze in 1977 met de hoofdrol in de serie Marie Curie.
Ook haar vertolking van Edith Piaf op Broadway maakte grote indruk. Voor die rol ontving ze in 1980 de Tony Award voor Beste Actrice in een toneelstuk.
Op televisie was ze later te zien als prinses Kuragin in Downton Abbey en als prinses Alice van Battenberg in The Crown. Vooral die laatste rol leverde veel lof op.
Op sociale media schrijven fans onder meer: “Haar met een Tony Award bekroonde vertolking van Piaf was rauw, kwetsbaar en hartverscheurend. Wat een opmerkelijke artieste hebben we verloren,” en: “Ze was een buitengewoon talent en ik heb altijd bewondering gehad voor haar veelzijdigheid in elke rol die ze op zich nam.” Ook klinkt: “Ze was magnifiek als Alice van Battenberg in The Crown.”

Persoonlijk leven
Jane Lapotaire werd geboren als Jane Burgess op 26 december 1944 in Ipswich. Als baby werd ze afgestaan voor adoptie en groeide ze op bij een pleegmoeder. Over haar jeugd zei ze eerder in een interview:
“Het was een heel stabiel, zij het hardwerkend, gezinsleven.” En: “Als mijn pleegmoeder me zag zitten lezen, vroeg ze me altijd of ik me niet lekker voelde.”
Op haar dertiende kwam haar biologische moeder terug in beeld. Er volgde een voogdijstrijd, waarna ze bij haar pleegmoeder bleef wonen, met afspraken over vakanties bij haar biologische moeder.
Op haar zeventiende ontdekte ze haar liefde voor acteren. “Toen wist ik al dat ik wilde acteren,” zei ze ooit. “Ik wilde het meer dan lopen of ademen.”
Ze volgde een opleiding aan de Bristol Old Vic Theatre School. In 2000 kreeg ze te maken met een hersenbloeding en onderging ze een zware operatie.
Na vier weken op de intensive care herstelde ze en schreef ze later een bekroonde autobiografie.
Met haar overlijden verliest de theater- en televisiewereld een veelzijdige en gerespecteerde actrice.

